U bent hier: Home / Politiek & organisatie / Lokale regelgeving

Beleidsregels ten aanzien van uitwegvergunningen

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Woensdrecht
Officiële naam regelingBeleidsregels ten aanzien van uitwegvergunningen
CiteertitelBeleidsregels ten aanzien van uitwegvergunningen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Vernieuwde regels vervangen die van juni 2011.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Woensdrecht, art. 2:12

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
17-04-2012 n.v.t. Gewijzigde beleidsregels 17-04-2012 Woensdrechtse Bode, 2-5-2012 onbekend
11-08-2011 n.v.t. Aanvullende regels 05-07-2011 Woensdrechtse Bode, 10-8-2011 zaaknummer Z11.14954

Tekst van de regeling

In de Algemene plaatselijke verordening (APV) wordt in artikel 2:12.1 bepaald dat het verboden is om zonder (omgevings)vergunning van het college van burgemeester en wethouders een uitweg naar de openbare weg te maken dan wel deze te veranderen. In artikel 2:12.3 staan criteria waarop een vergunning kan worden geweigerd.

De tekst van dit artikel luidt:

De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
a. de bruikbaarheid van de weg;
b. het doelmatig en veilig gebruik van de weg;
c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

Deze weigeringsgronden vormen de basis van het toetsingkader voor iedere aanvraag

Naar aanleiding van onduidelijkheid bij de aanvragen voor het aanleggen van een uitweg zowel intern als bij de aanvrager en het ontbreken van een vastgesteld beleid worden een aantal beleidsregels opgesteld.

Deze beleidsregels hebben als doel duidelijkheid te scheppen met betrekking tot de invulling van de in de APV genoemde criteria. Zodat een eenduidig toetsingskader ontstaat voor de toetsing en een snelle afhandeling van aanvragen voor uitwegvergunningen.

BELEIDSREGELS
Iedere vergunningsaanvraag wordt getoetst aan onderstaande beleidsregels en zal op locatie worden beoordeeld door de gemeente op het civieltechnische aspect.Vervolgens beslist het college of de uitwegvergunning op basis van de APV en deze beleidsregels kan worden verleend.

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.0. Weg

De weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b Wegenverkeerswet 1994 alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

Artikel 1.1. Uitweg

De uitweg als bedoeld in artikel 14, lid 3 onder III Wegenwet, te weten iedere rechtstreekse ontsluitingsmogelijkheid van een perceel naar de openbare weg, waaronder worden verstaan de begrippen inrit en uitrit.

Artikel 1.2. Erf

Onder erf wordt in deze regels bedoeld, het al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte hiervan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dit gebouw.

Paragraaf 2. Weigeringsgronden APV

In onderstaande artikelen worden de weigeringsgronden omschreven.

Artikel 2.0. Bruikbaarheid van de weg

Een uitweg wordt geweigerd indien:

a. meer dan één uitweg per erf ontstaat
b. de regelmatige afstand van de openbare verlichting (NSVV norm)/nutsvoorzieningen en/of andere obstakels in gedrang komt;
c. er geen overeenstemming tot verplaatsing van het obstakel is met de eigenaar;
d. het aanmaken van een uitweg ten koste gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte.

Artikel 2.1. Het doelmatig en veilig gebruik van de weg

Een uitweg wordt geweigerd indien:

a. de uitweg uitkomt op:
1. minder dan 50 meter afstand van een verkeersregelinstallatie (VRI);
2. een kruispunt of binnen 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan;
3. opstelstroken dan wel voorsorteervakken;
4. een (achterom)pad dat door voetgangers en fietsers wordt gebruikt;
5. een hoofdfietsroute (een veel gebruikte functionele en/of recreatieve fietsroute zoals weergegeven in het fietspadenplan) waardoor kruisen van deze route noodzakelijk is;
6. een (hoofd)ontsluitingsweg (een weg die de wijk ontsluit zoals weergegeven in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan);
7. een locatie waardoor de zichtbaarheid vanaf de uitweg op de weg/voetpad/fietspad onvoldoende is voor verkeer;
8. een bushalte of minder dan 20 m van een haltevoorziening (inclusief inrijhoek).

Artikel 2.2. De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving

Een uitweg wordt geweigerd indien:
a. de uitweg in strijd is met het geldende inrichtings-, bestemmings en/of definitief ontwerp beeldkwaliteitplan.

Artikel 2.3. De bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente

Een uitweg wordt geweigerd indien:
a. de uitweg in strijd is met de gewenste groenstructuur uit het groenbeheerplan en het boombeleidsplan;
b. de uitweg leidt tot het doorsnijden van de aanwezige groenstrook zoals weergegeven in het groenbeheerplan.

Paragraaf 3. Uitzonderingen

Op de weigeringsgronden uit artikel 2 komen onderstaande uitzonderingen voor.

Artikel 3.0. Een uitweg is toegestaan

Indien een ernstige noodzaak bestaat tot het hebben van een uitweg en er geen alternatieve mogelijkheid is deze in alle redelijkheid te realiseren.

Artikel 3.1. Een tweede uitweg is toegestaan

a. Indien de tussenruimte tussen beide uitwegen meer dan 15 meter bedraagt en door beide uitwegen aan de overige beleidsregel wordt voldaan;
b. Indien op grond van brandweervoorschriften de eis wordt gesteld van een tweede in-/uitgang voor noodsituaties;
c. Indien het erf is gelegen in een industrie of bedrijventerrein.

Artikel 3.2. De vormgeving wordt aangepast

Indien de bochtstraal van een voertuig niet past binnen het profiel.

Paragraaf 4. Algemene voorwaarden

Artikel 4.0. Afmetingen

a. aaneensluitend aan de uitweg moet op het terrein van de aanvrager een minimum ruimte bestaan van 3 meter breed en 5 meter lang;
b. de uitweg is standaard 3 meter breed, gemeten vanaf de erfgrens;
c. bij bedrijven gelegen in een industriegebied is de uitweg per erf maximaal 12,50 meter breed of 2 uitwegen van maximaal 8 meter, met in acht name van de overige regels in dit beleid (indien het geldende bestemmingsplan anders vermeld is dit rechtsgeldig).

Artikel 4.1. Aanleg (op gemeentegrond)

a. de materialen voor de aanleg worden door de gemeente aangewezen;
b. de uitweg wordt aangelegd door de gemeente en niet door de aanvrager zelf.

Artikel 4.2. Verplaatsen uitweg

Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als bij een aanvraag voor het verkrijgen van een nieuwe uitweg.
a. De te vervallen uitweg moet worden verwijderd door of in opdracht van de gemeente Woensdrecht;
b. De vrijgekomen ruimte van de vervallen uitweg dient te worden hersteld naar de omgevingssituatie door of in opdracht van de gemeente Woensdrecht.

Artikel 4.3. Intrekken vergunning c.q. het verwijderen van een uitweg

De gemeente Woensdrecht zich het recht voorbehouden om de uitweg te (laten) verwijderen, indien dit met het oog op de belangen van de verkeersveiligheid noodzakelijk moet worden geacht of wanneer de uitrit zijn functie verloren heeft.

Artikel 4.4. Hardheidsclausule/afwijking gestelde in deze beleidsregels

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het gestelde in deze notitie in geval toepassing hiervan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 4.5. Gevallen waarin deze notitie niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van deze notitie betreffende, waarin deze regeling niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

Sluiting

Hoogerheide, dinsdag 17 april 2012

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht,

 

 

A.P.A. Baart MBA,                        M.A. Fränzel,
secretaris                                     burgemeester