Tevreden cliënten bij Woensdrechtse Wmo (05-11-2019)

Woensdrechtse Wmo-cliënten zijn (heel) tevreden over het contact met de gemeente, de kwaliteit van de ondersteuning die zij over 2018 ontvingen en wat de ondersteuning hen oplevert. 390 mensen gaven hun mening tijdens het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek. Het college is blij met de positieve beoordelingen en wil cliënten nog beter gaan monitoren.

Het cliëntervaringsonderzoek bevatte 10 algemene vragen die in alle Nederlandse gemeenten gesteld worden. Een vergelijk met andere gemeenten is daardoor mogelijk. Daarnaast zijn cliënten in Woensdrecht bevraagd over de ontvangen ondersteuning en mantelzorg/hulp door vrijwilligers.

Positief oordeel

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat Woensdrecht op alle tien de algemene vragen een hogere score behaalt dan gemeenten van vergelijkbare grootte. De tevredenheid over de kwaliteit van de ondersteuning blijkt hoog te zijn: 85 tot 90% is (heel) tevreden. Ook is 80% tot 85% (heel) tevreden over het resultaat. “We doen het goed”, stelt verantwoordelijk portefeuillehouder Lars van der Beek. “Landelijk gezien, op Brabantse Wal-niveau en in vergelijking met de vorige keer. Maar wat vooral telt is het positieve oordeel van onze cliënten. Dat is waar wij het voor doen!”

Cliëntondersteuning

Een verbeterpunt dat - overigens ook landelijk - uit het onderzoek komt, is de bekendheid met cliëntondersteuning. Minder dan de helft van de respondenten weet dat zij gebruik kunnen maken van een onafhankelijk cliëntondersteuner. Zo’n 20% geeft aan wel behoefte te hebben aan hulp door een onafhankelijk cliëntondersteuner. Wethouder Lars van der Beek: “We zullen samen met onze partners deze ondersteuningsmogelijkheid weer extra onder de aandacht gaan brengen. Cliëntondersteuning is er voor de mensen. Het is een laagdrempelige toegang tot informatie en ondersteuning in het eigen dorp met een goed zicht op verwijsmogelijkheden. Deze waardevolle voorziening vinden we erg belangrijk.”

Mantelzorg

Dat hulp van anderen belangrijk is voor Wmo-cliënten blijkt ook uit het bevraagde onderwerp mantelzorg. Ongeveer 60% van de Wmo-cliënten ontvangt mantelzorg; in de meeste gevallen van de partner, ouder(s) of kinderen. Hulp via een vrijwilliger is minder populair: 57,4% maakt geen gebruik van deze vorm van hulp. Het aantal mensen dat hiervoor open staat is wel toegenomen ten opzichte van het vorige onderzoek: 19,3% zou het prettig vinden om ondersteund te worden door een vrijwilliger tegen 11,8% het jaar ervoor. Mensen lijken te wennen aan het idee dat ‘een vreemde’ hulp kan bieden. In 2017 vond 35% dat nog geen prettig idee. Nu heeft ‘slechts’ 16,6% deze mening. Vrijwilligers kunnen bijvoorbeeld helpen bij de boodschappen, zijn in te zetten voor klusjes en tuinonderhoud, vervoer en begeleiding bij uitstapjes/bezoek of administratieve hulp. Ook kunnen zij mantelzorgers ontlasten. De BWI kan een rol spelen om vraag en aanbod te matchen; net als diverse burgerinitiatieven in alle kernen.

Continue monitoring

“Een cliëntervaringsonderzoek brengt voor ons goed in beeld hoe Wmo-cliënten hulp en ondersteuning ervaren. Om nog beter te kunnen monitoren waar behoefte aan is, gaan we in ieder geval de komende drie jaar over tot een continu onderzoek op meerdere momenten in het Wmo-proces. We hopen daar nog meer informatie uit te halen zodat we onze dienstverlening aan kunnen passen aan wat cliënten nodig vinden en als prettig ervaren”, aldus Van der Beek.
De resultaten over het onderzoek van 2018 staan binnen enkele weken gepubliceerd op de site www.waarstaatjegemeente.nl.

Pagina opties