De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Woensdrecht

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Woensdrecht
Officiële naam regelingDe Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Woensdrecht
CiteertitelDe Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Woensdrecht
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpalgemeen

Opmerkingen m.b.t. de regeling

In de periode van 1 januari 2016 t/m 30 juni 2016 is artikel 17 gewijzigd geweest. De wijziging is gepubliceerd in het elektronisch gemeenteblad: Gemeenteblad 2015 - nr. 49, 09-12-2015

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet op de lijkbezorging, art. 35
  2. Gemeentewet, art. 149 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
05-04-2012 n.v.t. Gewijzigde verordening 14-03-2012 Woensdrechtse Bode, 28-3-2012 onbekend

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Woensdrecht;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14-02-2012;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de volgende Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Woensdrecht.

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. begraafplaats: de begraafplaats aan de Scheidreef te Hoogerheide, de begraafplaats Eikelhof aan het Eikelhof te Ossendrecht, de begraafplaats Ter Duinen aan de Onze Lieve Vrouw ter Duinenlaan te Ossendrecht en de begraafplaatsen te Putte, gelegen aan de Antwerpsestraat en de Acacialaan te Putte;

b. asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

c. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

d. eigen graf: een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

1. het doen begraven en begraven houden van lijken;

2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

g. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van een lijk;

h. eigen urnengraf: een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

i. algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van een asbus met of zonder urn;

j. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

k. grafbedekking: gedenkteken, grafbeplanting op een graf, of verstrooiingsplaats;

l. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

m. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een particulier urnengraf;

n. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend;

o. college: het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

  1. 1

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'eigen graf' mede verstaan: eigen urnengraf;

  2. 2

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen urnengraf.

Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3. Openstelling begraafplaatsen

  1. 1

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  2. 2

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4. Ordemaatregelen

  1. 1

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  2. 2

    De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  3. 3

    Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden:

    1. 1.

      elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen slechts toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

    2. 2.

      sneller dan 10 km per uur.

  4. 4

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid.

Artikel 5. Plechtigheden

  1. 1

    Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  2. 2

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6. Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3. Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten graf

  1. 1

    Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  2. 2

    Het lijk danwel het omhulsel en de asbus of urn dienen bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van het kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.

  3. 3

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 8. Gebouwen en muziekinstallatie

  1. 1

    Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder.

  2. 2

    De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

Artikel 9. Over te leggen stukken

  1. 1

    Tot begraving wordt niet overgegaan eerder dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

  2. 2

    Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  3. 3

    Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 16, tweede lid.

  4. 4

    De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

  5. 5

    De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging

  1. 1

    De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur; op zaterdag van 8.30 tot 13.30 uur;

  2. 2

    Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk 4. Indeling en uitgifte van de graven

Artikel 11. Indeling graven en asbezorging

  1. 1

    Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

    1. 1.

      eigen graven en eigen urnengraven;

    2. 2.

      algemene graven en algemene urnengraven.

  2. 2

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de eigen graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 12. Aantal overledenen in algemene graven

  1. 1

    In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken worden begraven.

  2. 2

    In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

Artikel 13. Volgorde van uitgifte

  1. 1

    De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  2. 2

    Het college kan een eigen graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.

Artikel 14. Categorieën

[Vervallen]

Artikel 15. Termijnen eigen graven

  1. 1

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien of twintig jaar het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.

  2. 2

    Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf, tien of twintig jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  3. 3

    Een recht als bedoeld in dit artikel kan slechts aan een rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 16, eerste lid.

Artikel 16. Overschrijving van verleende rechten

  1. 1

    Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  2. 2

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het eigen graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  3. 3

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.

  4. 4

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 17. Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 17a. Vervallen grafrecht

  1. 1

    De grafrechten vervallen:

    a. door het verlopen van de termijn;

    b. indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het recht;

    c. indien een van de begraafplaatsen wordt opgeheven.

  2. 2

    Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

    a. indien de betaling van het grafrecht ten behoeve van de vestiging of verlenging van het grafrecht – ondanks een aanmaning – niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;

    b. indien de rechthebbende of gebruiker – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    c. indien de rechthebbende of gebruiker van een graf is overleden en het recht niet binnen zes maanden is overgeschreven.

  3. 3

    In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b en het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de kosten van het grafrecht of eventuele andere kosten.

  4. 4

    Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken of beplanting kan gedurende een maand voor het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht kunnen zij geen aanspraak doen gelden op deze voorwerpen.

Hoofdstuk 5. Grafbedekkingen

Artikel 18. Plaatsing grafbedekking

  1. 1

    Het is verboden grafbedekking te plaatsen of geplaatst te hebben indien:

    a. deze niet voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in de nadere regels zoals bedoeld in het tweede lid;

    b. hiervan niet minimaal 14 dagen van tevoren melding is gedaan bij de beheerder van de begraafplaats.

  2. 2

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de voorwaarden waaronder grafbedekking mag worden geplaatst.

  3. 3

    Van de in het tweede lid bedoelde nadere regels kan worden afgeweken, indien daarvoor schriftelijke toestemming is verkregen van de beheerder van de begraafplaats.

  4. 4

    De rechthebbende wordt geacht eigenaar te zijn van de grafbedekking, tenzij deze aangeeft dat dit niet het geval is.

Artikel 19. Onderhoud door de gemeente

  1. 1

    Het college zorgt voor het algemeen onderhoud op de begraafplaats. Hiervan wordt uitgezonderd het onderhoud van het na verzakking opnieuw stellen van gedenktekens, de zorg voor gedenktekens of de beplanting op de graven.

  2. 2

    Grafbedekking kan tijdelijk worden afgenomen als dat voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is.

Artikel 20. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

  1. 1

    Het doen plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.

  2. 2

    De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Onder dit onderhoud wordt in ieder geval verstaan het rechtzetten, herstellen of vernieuwen, verven van opschriften, bijkleuren of schilderen van stenen, hekwerken en ornamenten, alsmede het regelmatig snoeien van winterharde beplanting en het verwijderen van dode beplanting.

  3. 3

    Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  4. 4

    De verwijdering vindt niet plaats eerder dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  5. 5

    Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

Artikel 21. Niet-blijvende grafbeplanting

Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.

Artikel 22. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  1. 1

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

  2. 2

    Indien de grafbedekking niet voorafgaand aan de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

Hoofdstuk 6. Ruiming van graven en urnengraven

Artikel 23. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  1. 1

    De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  2. 2

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen.

  3. 3

    Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

  4. 4

    De rechthebbende op een eigen graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een eigen urnengraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7. In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 24. Lijst

  1. 1

    Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  2. 2

    Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  3. 3

    De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 25. Intrekking oude regeling

De verordening ‘Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Woensdrecht’ uit 2010 wordt ingetrokken.

Artikel 26. Overgangsbepaling

  1. 1

    Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de ‘Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Woensdrecht’ uit 2010 gelden als besluiten genomen krachtens de onderliggende verordening.

  2. 2

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de ‘Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Woensdrecht’ uit 2010 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderliggende verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop de onderliggende verordening toegepast.

Artikel 27. Strafbepaling

[Vervallen]

Artikel 28. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking.

Artikel 29. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Woensdrecht”.

Sluiting

Aldus vastgesteld ter vergadering van 14 maart 2012,

de raad van de gemeente Woensdrecht,

de griffier,              de voorzitter,

Pagina opties